Onze stek in Dar voelt echt als “thuis”- hoewel helaas ondergepist door Marissa’s katten. Het is weer wasdag, we doen nog wat huiswerk en spelletjes met de kinderen en daar valt de avond al.
Nadat het gas op blijkt te zijn en we als avondmaal dan maar toast kiezen, worden ons de stuipen op het lijf gejaagd door iemand die rond het huis sluipt. We zijn blij als onze “beachboy” thuiskomt van het etentje met zijn professor.
Thursday, September 13, 2007
Zondag 9 en maandag 10 september
De hobbelige weg van Kendwa naar Stone Town stelt Leens buikje nogmaals op de proef. Als we heelhuids zijn aangekomen, genieten we nog van onze laatste momenten op het kruideneiland- souvenirshoppen en chillen dus.
O ja, en we nemen ook nog afscheid van Marissa- niet al te emotioneel, tussen ons gezegd en gezwegen. Als we binnen een paar dagen afscheid moeten nemen van Chris, zullen er wel meer traantjes vloeien. Zijn gezelschap heeft ons heel wat vreemde blikken opgeleverd, van Afrikaanse mannen die zich afvroegen hoe hij het toch had klaargespeeld om twee blanke meisjes in een klap te versieren, maar ook van andere wazungu, die dachten dat wij een beachboy bij hadden (= iemand die je zakken draagt en met je slaapt, stel je voor). Maar ondanks de vreemde blikken hebben we ons met zn drieen enorm geamuseerd en we zijn blij dat we iemand mee hadden die alle opdringerige mannen voor ons op afstand hield (of toch de meeste, de echte doorzetters blijven komen).
Zanzibar was echt een paradijs (zij het een met gevaarlijke beestjes waar enkel antibiotica tegen bestand zijn), maar thuis in Dar staat ons het meest hartverwarmende welkomstcomite op te wachten- onze twaalf kleine negertjes uit the green door home, die alles willen horen over Zanzibar, trots vertellen over hun eerste schooldagen en ons overladen met knuffels en lieve woorden.
O ja, en we nemen ook nog afscheid van Marissa- niet al te emotioneel, tussen ons gezegd en gezwegen. Als we binnen een paar dagen afscheid moeten nemen van Chris, zullen er wel meer traantjes vloeien. Zijn gezelschap heeft ons heel wat vreemde blikken opgeleverd, van Afrikaanse mannen die zich afvroegen hoe hij het toch had klaargespeeld om twee blanke meisjes in een klap te versieren, maar ook van andere wazungu, die dachten dat wij een beachboy bij hadden (= iemand die je zakken draagt en met je slaapt, stel je voor). Maar ondanks de vreemde blikken hebben we ons met zn drieen enorm geamuseerd en we zijn blij dat we iemand mee hadden die alle opdringerige mannen voor ons op afstand hield (of toch de meeste, de echte doorzetters blijven komen).
Zanzibar was echt een paradijs (zij het een met gevaarlijke beestjes waar enkel antibiotica tegen bestand zijn), maar thuis in Dar staat ons het meest hartverwarmende welkomstcomite op te wachten- onze twaalf kleine negertjes uit the green door home, die alles willen horen over Zanzibar, trots vertellen over hun eerste schooldagen en ons overladen met knuffels en lieve woorden.
Vrijdag 7 en zaterdag 8 september
Kendwa voor ons: honeymoon met z'n drieen, zonder getrouwd te zijn; luieren in het witte zand, zwemmen in de blauwe zee, dutten in onze hangmat, massage of hennatattoo op het strand, huge glasses of wine, heerlijk eten, voor leentje helaas ook even heel erg ziek zijn, maar zoals chris het zo mooi zei: "now we are real family"- Chris en Magalie verzorgen me als een lieve mama en papa. We beginnen onze boonabaanakroost al te missen...
Donderdag 6 september
Vanuit Stone Town trekken we naar Kendwa, in het noorden van het eiland. We hebben alleen superlatieven over voor dit plaatsje. Een van de vele rasta’s hier spreekt ons geheel toepasselijk aan met “hello, welcome to paradise, man”. We genieten met volle teugen. Als na de prachtige zonsondergang de sterrenhemel verschijnt, valt ons mondje helemaal open. Waw…
Woensdag 5 september
Na een ontbijt op het dak bekijken we de Tingatinga-paintings en andere koopwaar van wat naderbij. Even staan we stil bij de slavenhandel, in een piepkleine donkere cel die herinnert aan de gruwel en in de Anglicaanse kerk ernaast, die de doden eert en het einde van de handel viert. Daarna concentreren we ons weer op de schoonheid van het huidige Zanzibar. We willen op zoek gaan naar de rode colobusaapjes, dieren die enkel in Zanzibars Jozani Forest leven en met uitsterven bedreigd zijn.
We doen zoals mijn reisgids, de Rough Guide, voorschrijft en nemen de daladala. Het duurt vreselijk lang voor het busje eindelijk vertrekt. Eens we over de hobbelige wegen beginnen te tsjokken, stoppen we zowat om de twintig meter voor een nieuwe lading hout of extra passagiers. Onderweg zien we het romantische Afrika: wild groen, pitoreske hutjes en lachende mensen die alles rustig aan doen. Na twee uur hobbelen, gesqueezed zitten en niet begrijpen wat de medepassagiers zeggen, zijn we blij als er nog een blanke opstapt. “Hey mzungu” roep ik (tot groot jolijt van de andere passagiers die dachten dat zij de enigen waren die dat woord te pas en te onpas roepen) en vraag of zij misschien weet waar Jozani Forest is. Als blijkt dat we Jozani al gepasseerd zijn, concluderen we dat de rough guide ons toch iets te rough is.
We persen ons bij de volgende stop een weg naar buiten en gaan meteen op zoek naar een toilet, want ik (Leentje) moet al van bij het begin van de hobbelige rit dringend plassen. De wet van Murphy slaat genadeloos toe: als ik eindelijk bij het toilet ben, blijk ik niet alleen. Er leeft hier ook een nest wespen. Snel naar buiten dus, met gelukkig maar een klein prikje in de arm.
De volgende opdracht is het sluiten van een goede taxideal (de daladala terug zien we niet meer zitten). Dat gaat opmerkelijk vlot. Een kwartier lang kunnen we ons nestelen op een comfortabel ruime achterbank, hebben we een rustige chauffeur en een grappige copiloot. Dan voorspelt een boos telefoontje onheil. We moeten terugkeren omdat er eerder op de dag iets uit het busje gestolen is. Dus worden wij terug afgezet waar we werden opgepikt en moeten we wachten tot onze chauffeurs hun zaken geregeld hebben. Wanneer we ons echt beginnen af te vragen of ze nog zullen terugkomen, doemt het busje toch op en kunnen we weer richting Stone Town vertrekken. Voor de vierde keer vandaag passeren we Jozani Forest, zonder ook maar een glimp van die rotaapjes op te vangen.
Het is al lang donker dus de weg naar huis is weer spannend (zullen we alle fietsers zonder lichten ontwijken?) en we zijn blij als we aankomen. We verwennen onze vermoeide lichamen met overheerlijk eten (chocoladecocostaart!) en kruipen vroeg onder de wol.
We doen zoals mijn reisgids, de Rough Guide, voorschrijft en nemen de daladala. Het duurt vreselijk lang voor het busje eindelijk vertrekt. Eens we over de hobbelige wegen beginnen te tsjokken, stoppen we zowat om de twintig meter voor een nieuwe lading hout of extra passagiers. Onderweg zien we het romantische Afrika: wild groen, pitoreske hutjes en lachende mensen die alles rustig aan doen. Na twee uur hobbelen, gesqueezed zitten en niet begrijpen wat de medepassagiers zeggen, zijn we blij als er nog een blanke opstapt. “Hey mzungu” roep ik (tot groot jolijt van de andere passagiers die dachten dat zij de enigen waren die dat woord te pas en te onpas roepen) en vraag of zij misschien weet waar Jozani Forest is. Als blijkt dat we Jozani al gepasseerd zijn, concluderen we dat de rough guide ons toch iets te rough is.
We persen ons bij de volgende stop een weg naar buiten en gaan meteen op zoek naar een toilet, want ik (Leentje) moet al van bij het begin van de hobbelige rit dringend plassen. De wet van Murphy slaat genadeloos toe: als ik eindelijk bij het toilet ben, blijk ik niet alleen. Er leeft hier ook een nest wespen. Snel naar buiten dus, met gelukkig maar een klein prikje in de arm.
De volgende opdracht is het sluiten van een goede taxideal (de daladala terug zien we niet meer zitten). Dat gaat opmerkelijk vlot. Een kwartier lang kunnen we ons nestelen op een comfortabel ruime achterbank, hebben we een rustige chauffeur en een grappige copiloot. Dan voorspelt een boos telefoontje onheil. We moeten terugkeren omdat er eerder op de dag iets uit het busje gestolen is. Dus worden wij terug afgezet waar we werden opgepikt en moeten we wachten tot onze chauffeurs hun zaken geregeld hebben. Wanneer we ons echt beginnen af te vragen of ze nog zullen terugkomen, doemt het busje toch op en kunnen we weer richting Stone Town vertrekken. Voor de vierde keer vandaag passeren we Jozani Forest, zonder ook maar een glimp van die rotaapjes op te vangen.
Het is al lang donker dus de weg naar huis is weer spannend (zullen we alle fietsers zonder lichten ontwijken?) en we zijn blij als we aankomen. We verwennen onze vermoeide lichamen met overheerlijk eten (chocoladecocostaart!) en kruipen vroeg onder de wol.
Dinsdag 4 september
Vandaag zijn we vroeg uit de veren, we staan twee uur krom in een volgestouwde daladala en we rushen naar de ferry. Maar het zal het allemaal waard zijn, want we gaan naar… het paradijs. De zee is van het zuiverste blauw, het strand van het stralendste wit, het eiland heeft een geschiedenis, er zijn bossen met aapjes, koraalriffen met exotische vissen en heerlijke maaltijden. Zanzibar wordt niet voor niets het kruideneiland genoemd. Het beste van de zee wordt hier recht uit het water gehaald en de verleidelijkste vruchten worden vers van de bomen geplukt.
In de namiddag dwalen we rond in de nauwe straatjes van Stone Town, waar een gezellige drukte heerst, die doet denken aan de soeks van Marrakech. ‘s Avonds zitten we met een vers sapje in de hand en onze voetjes in het zand onder een genadeloos mooie sterrenhemel…
In de namiddag dwalen we rond in de nauwe straatjes van Stone Town, waar een gezellige drukte heerst, die doet denken aan de soeks van Marrakech. ‘s Avonds zitten we met een vers sapje in de hand en onze voetjes in het zand onder een genadeloos mooie sterrenhemel…
Maandag 3 september
De laatste Boonabaanaschooldag voor ons. Binnen enkele dagen gaan ze weer naar hun echte school, waarvoor ze even veel moeten betalen als wij voor onze universitaire opleiding, hoewel ze er niet zo veel van opsteken. We eindigen in schoonheid. Alle kinderen lezen hun verhaaltje en hier en daar merken we toch echt een niveauverschil. Na de siesta mogen ze naar hun videoclipje kijken- ze zijn weer laaiend enthousiast.
Ook in onze laddercompetitie geven ze het beste van zichzelf. Spontaan doen de ploegjes waves en moedigen ze elkaar aan (“yellow as the sun”, “blue like the sky”, “green as the trees”, waaraan Linus, oprechte scout, toevoegt “the green will win because we cannot live without the trees” ). De boona baana’s blijken ongelooflijk goed in “ik ga op reis en ik neem mee”- zelfs de kleine Erick die ik zo graag mee naar huis zo nemen om bij de Akabewelpjes te zetten. Op het eind juichen de winnaars, maar er rollen gelukkig geen tranen bij de verliezers dit keer, hoewel Amina bitsig tekeergaat in het Swahili.
Na het spel nemen we Malinga apart. Hij mag een brief aan zijn toekomstige adoptieouders schrijven, een Canadees koppel van dokters die twee eigen kindjes hebben, met wie Malinga nu al goed opschiet. De brief is hartverwarmend, vooral het oprechte “thank you for playing with me”. Een paar jaar geleden werd Malinga achtergelaten bij een bushalte. Hij was toen zes. Weldra gaat het ventje naar een liefdevol gezin. Boona baana is echt een fantastisch project. Al deze kinderen hebben wel iets vreselijks meegemaakt, maar hier krijgen ze nieuwe kansen. Mama zorgt voor ze, Brooke (de advocate die dit alles begon) vecht voor ze, de vrijwilligers spelen met ze. Ze krijgen onderwijs, psychologische begeleiding en medische verzorging. De gelukkigen onder hen worden geadopteerd en komen weer in een echt gezin terecht. De anderen krijgen kansen op werk en op een toekomst. Het geeft een goed gevoel om een klein steentje te kunnen bijdragen aan dit alles. Wij dromen al van een pink door home, als opvolger voor boona baana’s green door home (groen en rose zijn de inspirerende kleuren van vier op een rij, een spel dat hier overdreven veel wordt gespeeld- tussenstand: 74 voor Magalie, 70 voor Chris).
Ook in onze laddercompetitie geven ze het beste van zichzelf. Spontaan doen de ploegjes waves en moedigen ze elkaar aan (“yellow as the sun”, “blue like the sky”, “green as the trees”, waaraan Linus, oprechte scout, toevoegt “the green will win because we cannot live without the trees” ). De boona baana’s blijken ongelooflijk goed in “ik ga op reis en ik neem mee”- zelfs de kleine Erick die ik zo graag mee naar huis zo nemen om bij de Akabewelpjes te zetten. Op het eind juichen de winnaars, maar er rollen gelukkig geen tranen bij de verliezers dit keer, hoewel Amina bitsig tekeergaat in het Swahili.
Na het spel nemen we Malinga apart. Hij mag een brief aan zijn toekomstige adoptieouders schrijven, een Canadees koppel van dokters die twee eigen kindjes hebben, met wie Malinga nu al goed opschiet. De brief is hartverwarmend, vooral het oprechte “thank you for playing with me”. Een paar jaar geleden werd Malinga achtergelaten bij een bushalte. Hij was toen zes. Weldra gaat het ventje naar een liefdevol gezin. Boona baana is echt een fantastisch project. Al deze kinderen hebben wel iets vreselijks meegemaakt, maar hier krijgen ze nieuwe kansen. Mama zorgt voor ze, Brooke (de advocate die dit alles begon) vecht voor ze, de vrijwilligers spelen met ze. Ze krijgen onderwijs, psychologische begeleiding en medische verzorging. De gelukkigen onder hen worden geadopteerd en komen weer in een echt gezin terecht. De anderen krijgen kansen op werk en op een toekomst. Het geeft een goed gevoel om een klein steentje te kunnen bijdragen aan dit alles. Wij dromen al van een pink door home, als opvolger voor boona baana’s green door home (groen en rose zijn de inspirerende kleuren van vier op een rij, een spel dat hier overdreven veel wordt gespeeld- tussenstand: 74 voor Magalie, 70 voor Chris).
Subscribe to:
Posts (Atom)